Looking back, the Daily Skull – some highlights

OK, sometimes one is overcome by a somewhat childish impulse to create something without any sense or purpose whatsoever, just for the fun of it. In March, when the year was still relatively young, I decided to start a series of nonsensical photo-cartoons with a skull (that is usually in a small display case from IKEA) saying ‘deep’ philosophical things. The skull has holes for eyes, so I just had to place it somewhere, paint in the eyes, and come up with a ‘deep’ thought.

It didn’t last very long, but it was entertaining. I somehow lost #1, but when I find it, I will add it. It’s quite amazing how much ‘life’ can be put in this plastic object by just painting in a couple of very simple eyes.  Perhaps, one day, inspiration strikes again, and the series will continue.

dailyskull_14-03-14
Daily Skull #??, 14-03-2014 (this may well be the lost #1)
dailyskull_002
Daily Skull #2, 15-03-2014.
dailyskull003
Daily Skull #3, 16-03-2014
dailyskull_004
Daily Skull #4, 17-03-2014




Reflections

Jar, bowl and  cup
Jar, bowl, and cup

On a small bookcase next to the desk there is an ever changing landscape of ceramic objects, catching and reflecting the light as the day passes. This photo’s shows the brightly coloured houses on the other side of the street in the late afternoon, the room, facing south, already getting darker, while the opposite side is lit up. It’s a fascinating sight, how the hues develop during the day. Rearranging the objects from time to time has a meditative quality.

Boekrecensie: ‘G.Nijhuis architect’, door Peter Suidman

Het is altijd leuk wanneer er weer een boek verschijnt dat een gedetailleerd inzicht geeft in de praktijk van een architect, of architectenbureau. Het vergt flink wat speurwerk van de auteur en levert vaak meer op dan het zoveelste boek over een stroming, verschijnsel, trend, of type gebouwen. Het boek van Peter Suidman, waarvan de volledige titel luidt: “G. Nijhuis architect. Grondlegger van Nijhuis en Reker architecten te Groningen 1877 – 1987, collage van een nalatenschap” (mijn interpunctie), verscheen in november 2014 bij Profiel Uitgeverij te Bedum. Als co-auteurs worden vermeld Fred Kuiper en Herman Waterbolk.

Het boek schetst meer dan een eeuw architectenprakrijk in Groningen. Gerrit Nijhuis en het bureau Nijhuis en Reker hebben in de provincie Groningen, maar zeker in de stad een reeks zeer herkenbare gebouwen neergezet. Het is architectenpraktijk die een onuitwisbaar stempel op de architectuur in de provincie heeft gezet, niet in de laatste plaats, omdat nogal wat bouwwerken hun weg naar de status van rijksmonument hebben gevonden. Dat laatste is niet verwonderlijk, omdat de ontwerpen van Gerrit Nijhuis vaak van een feestelijke elegantie zijn, met een gedoseerde toepassing van architectonische stijlen en decoratieve motieven. Nijhuis was een meester in het volgen en naar eigen hand zetten van heersende stijlmodes.

Het boek van Suidman wordt in alle opzichten gekenmerkt door diepgang. De auteur heeft uitputtend archiefonderzoek gedaan, bronnen geraadpleegd, familieleden van de architecten bezocht en vooral veel materiaal gerangschikt, geanalyseerd en gecategoriseerd. Door al dat werk is het boek niet alleen zeer leesbaar, want het menselijke aspect komt zeer goed tot z’n recht, maar ook een waardevolle informatiebron met betrekking tot het oeuvre van de architecten en een eeuw bouwkundige praktijk in Groningen.

Het boek staat vol afbeeldingen van gebouwen, bouw- en bestektekeningen en personen. Een liefhebber van architectentekeningen, zoals ikzelf (zie mijn vorige post), komt ruimschoots aan z’n trekken. De anekdotes over de hoofdpersonen zijn vaak zeer verhelderend, maar ook herkenbaar. Amusant vond ik bijvoorbeeld de geïrriteerde brief die Gerrit Nijhuis in 1909 aan de burgemeester van Uithuizen zond, omdat die laatste de plannen voor een nieuw gemeentehuis aan een concurrent had doorgespeeld die vervolgens op basis daarvan een scherpere offerte kon uitbrengen. Een heel herkenbare praktijk in het noorden.

Zeer interessant is de excursie in het boek naar de relatie tussen de bouwkundige visie van Nijhuis en de vrijmetselarij. Hiervoor heeft de auteur een beroep gedaan op co-auteur Fred Kuiper. Dat een architect zich aangetrokken voelt tot de vrijmetselarij mag geen verbazing wekken, maar toch is het boeiend om te zien hoe de ideeën van deze levensbeschouwelijke richting in de praktijk hun beslag krijgen; en dat is nog niet eens in de eerste plaats in de architectuur, maar vooral in het sociaal engagement van de architect.

Radesingel 25-27. Groningen. Bron. Wutsje / Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons
Radesingel 25-27. Groningen. Bron. Wutsje / Wikimedia Commons, via Wikimedia Commons

De auteur schetst in detail hoe Nijhuis aan zijn opdrachten kwam en in een aantal gevallen gaat hij gedetailleerd in op de keuzes die bij de het ontwerpen, of bouwen van bepaalde objecten werden gemaakt. De auteur kon daarbij een beroep doen op een zeer compleet en nauwgezet bijgehouden archief. Die schat aan informatie was natuurlijk veel te omvangrijk om in zijn geheel te verwerken, vandaar de ondertitel van het boek ‘collage van een nalatenschap’. Te bescheiden, want het boek is veel meer dan een collage. Uniek en waardevol is bijvoorbeeld het overzicht van de handbibliotheek van Nijhuis en het architectenbureau Nijhuis en Reker. Veel is bekend over de boeken die Nijhuis zich heeft aangeschaft, soms met het nodige gesteggel over de prijs. Hij beschikte over een rijke bibliotheek, waarin veel overzicht- en plaatwerken voorkwamen. Deze inspiratiebronnen speelden een belangrijke rol bij de wijze waarop de architect de stijlelementen combineerde, vooral tijdens zijn eclectische periode, maar ook bij de vele gebouwen die gedomineerd worden door andere stijlen, zoals de Jugenstil en de in het noorden veel voorkomende ‘chalet’-stijl. Hoewel het begin eenvoudig was, kon Nijhuis zich al snel verheugen op een clientèle met de status, het bijbehorend kapitaal en de behoefte om eens breed uit te pakken.

De voorbeelden uit de correspondentie van de architecten en de overige secundaire documenten geven, als ‘collage’, een mooie aanvulling op het beeld dat in de tekst wordt geschetst.

Het boek schetst niet alleen de geschiedenis van een architectuurpraktijk die tot ver in de tweede helft van de twintigste eeuw voortduurt, maar ook van de omstandigheden en krachten die deze praktijk richting gaven. Dat is knap werk.

De auteur geeft veel aanknopingspunten waarop de lezer kan voortborduren. Een helder overzicht van de bronnen en hun vindplaatsen, een zeer gedetailleerd overzicht van alle gebouwde werken, ook de gebouwen die nu niet meer bestaan.

Ook de respectievelijke rollen van Karel en Lammert Geert Reker komen uitgebreid aan de orde. De auteur weet in krap 200 pagina’s een respectabele hoeveelheid informatie te presenteren, zonder dat het een onleesbare opsomming van feiten wordt. Het enige spijtige is het formaat. Het leuke beeldmateriaal en ook de uitvoerige tabellen vragen om meer ruimte dan dit kleine standaardformaat paperback kan bieden. De vormgeving van het boek heeft duidelijk te kampen met ruimtegebrek. Maar dat is natuurlijk – en begrijpelijk – een kwestie van kosten.

Ik ben er zeker van dat ik binnenkort met dit boek in de hand door stad en ommeland trek om de vele gebouwen te bekijken, sommige voor het eerst, andere met andere ogen.

Meer informatie over de inhoud en het bestellen van het boek op: http://www.nijhuisarchitect.nl/